New York: een nieuwe geschiedenis van de kunsten

vrijdag 15 oktober om 20u30

NEW YORK

Eeuwenlang werd de kunstgeschiedenis bepaald door de grote steden in West-Europa: Athene, Rome, London, Wenen, Parijs. In deze steden hebben de Europeanen een kunst beoefend, bepaald door hun verleden: de Griekse beschaving. Schoonheid is verheven en bevindt zich voorbij de horizon. Kunst als een ideaal, een wonder, een visioen, een verlangen, een mythe. Kunst wordt beoefend door een elite en richt zich tot een elite.

In de loop van de twintigste eeuw is er een wisseling van rollen. New York komt op het toneel en krijgt meteen de hoofdrol. New York kijkt met andere ogen. Kunst is werkelijkheid, schoonheid vind je op straat, hier en nu. Inspiratie zie je om je heen. Kunst leer je niet op een academie maar wel in de supermarkt. Publiciteit, strip en cinema tonen je wat de massa graag wil zien. Liever Mickey Mouse dan Apollo. Liever de Carrefour dan het Museum voor Schone Kunsten. In New York wordt kunst pop. En pop is afkorting van populair. Wat is populair? Sex, drama’s en filmsterren. In de woorden van Damien Hirst: ‘Kunst dient makkelijk, leuk en kleurrijk te zijn’. Een nieuw type kunstenaar treedt op: een mooie jongen of meisje, belust op geld en roem. De kunstenaar spiegelt zich aan de filmster, het topmodel, de zanger. Ze omhelzen elkaar op vele feestjes. In New York schept men een nieuwe esthetica: kunst is zakelijk, oppervlakkig, modieus, grillig, aantrekkelijk. De jonge leerling ‘Europa’ volgt gretig de lessen van de nieuwe meester, Amerika. Je kan zo beweren dat alle kunst vandaag pop is.

David Hockney

lezing op vrijdag 12 november om 20u30 vertoning van de film "A bigger picture,,

Vandaag is David Hockney 83 jaar en heeft hij een tentoonstelling in de Bozar te Brussel. Vanaf begin jaren 1960 werkt hij aan een oeuvre van schilderijen, tekeningen, foto’s, gravures. Hij beleeft zijn eerste successen in London maar vertrekt al snel naar zon en zee in Californië, het land van de mooie surfers. In Hollywood wordt hij een beroemdheid. Als hij wat ouder wordt, keert hij terug naar zijn geboorteland en leeft wat teruggetrokken in de natuur, Yorkshire. Onderwijl tekent hij de stilte in een tempel van Kyoto, kijkt naar de hemel op het meest noordelijke punt van Noorwegen, let op de bloesem van fruitbomen in Normandië. De thema’s van David Hockney zijn vanzelfsprekend: portretten, landschappen, stillevens. Hij heeft een oog voor het ogenschijnlijk onbelangrijke: het spattende water van een jongen die duikt in een zwembad - ‘A bigger Splash’ is zijn meest beroemde schilderij -  de  yoga-poses van zijn slapende hond of het licht van zijn Panamahoed die hij in zijn kamer terloops op een stoel heeft gelegd. In wakkere kleuren ontwikkelt hij een erg figuratieve stijl, klaar en helder. Voor iedereen onmiddellijk te begrijpen. Zijn kunst heeft een licht karakter, alsof het allemaal gemakkelijk gemaakt is. Maar dat is slechts schijn. Een man die ooit model heeft gestaan voor een portret, spreekt over het oneindige proces van schilderen, haast hopeloos trachtte David Hockney de werkelijkheid vast te leggen op doek. David Hockney werkt ononderbroken, verwondert zich over ruimte, kijkt naar voorbeelden uit de geschiedenis, probeert allerlei technieken uit, leert om met kinderlijke ogen de natuur te doorgronden. Met een weidse blik schept hij een wereld van beelden.